John Vandaele

Journalist bij het mondiale magazine Mo* en auteur.

Chronologie

01 Nov - 30 Nov 2014
01 Jul - 31 Jul 2014
01 Aug - 31 Aug 2013
01 Okt - 31 Okt 2011
01 Jul - 31 Jul 2011
01 Jun - 30 Jun 2010
01 Apr - 30 Apr 2010
01 Dec - 31 Dec 2009
01 Jul - 31 Jul 2009
01 Jun - 30 Jun 2009
01 Mei - 31 Mei 2009
01 Apr - 30 Apr 2009
01 Feb - 28 Feb 2009
01 Dec - 31 Dec 2008
01 Nov - 30 Nov 2008
01 Aug - 31 Aug 2008
01 Mei - 31 Mei 2008
01 Apr - 30 Apr 2008
01 Mrt - 31 Mrt 2008
01 Feb - 28 Feb 2008
01 Jan - 31 Jan 2008

Links

De vieze gasten
Buren van de abdij
Mo* magazine

Publicaties

Ik schreef recent boeken over de economische crisis (2012), over de strijd om waardig werk (2009; met Dirk Barrez), het neoliberalisme in tijden van globalisering (2007) en over de wereld van de internationale financiƫle instellingen (2005). Voor meer info en besprekingen, zie de rechts op de openingspagina.

Laatste Reacties

Walter De Vos (Snuivende Tom sch…): Ik denk dat de moderne re…
Jef Eggermont (De natie biedt so…): Dit artikel verheugt me. …

Contact

John nu

Je kan me
best bereiken
via e-mail.


Deze site werd in de winter van 2008 voor me gemaakt door Aldo Siblings.

Powered by Pivot - 1.40.4: 'Dreadwind'  XML: RSS Feed  XML: Atom Feed 

« Pleidooi tegen een ge… | Home | Un train peut en cach… »

Beurscrisis stapje richting andere mondialisering

Zondag 27 Januari 2008

(verschenen bij Indymedia eind januari) 

Enkele overwegingen bij een bewogen week

Er vloeide vorige week een beetje bloed op de beurs. De wereldwijde zenuwachtigheid was, eventjes toch, groot. Bij beleggers die dreigden geld te verliezen, maar ook breder: vertraagt de wereldeconomie, en wat zal dat betekenen? Wij geloven dat het, mogelijks, een stapje in de richting van een andere mondialisering wordt. Deze crisis is immers geen toeval.

De beurs is de markt waar eigendomsbewijzen van bedrijven - aandelen -  verkocht en gekocht worden. Om toegelaten te worden op die specifieke markt moeten bedrijven wel informatie en transparantie verschaffen zodat de beleggers met meer kennis van zaken kunnen kopen en verkopen. De beurs zorgt dus voor meer transparantie, en voor grote liquiditeit: aandelen kunnen gekocht en verkocht met de snelheid van het licht.

Wat deze week gebeurde, was dat de waarde van de ondernemingen die op beurzen te koop worden aangeboden, daalde. Veel mensen willen hun aandelen in die ondernemingen verkopen omdat ze denken dat de prijs nog verder zal dalen, en omdat ze dergelijk verlies willen voorkomen door te verkopen. Als veel meer mensen willen verkopen dan kopen, dalen de prijzen.

Daarbij speelt een zelfversterkend bijna blind mechanisme: veel beleggers - vooral institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars - verkopen automatisch als de waarde van een aandeel onder een bepaald bedrag zakt. In die zin kunnen computerprogramma’s economische verschijnselen blindweg versterken. Om die reden is in het verleden ook soms de beurs gewoon stilgelegd. Omdat men weet dat de markt op bepaalde momenten irrationeel en/of automatisch reageert. De kudde dreigt op zo’n momenten de stad onder de voet te lopen.

Waarom dalen de prijzen van de aandelen? Wel, de waarde van een aandeel houdt verband met de winstgevendheid van de betrokken onderneming. Op de korte termijn omdat een deel van die winst wordt uitbetaald aan de aandeelhouders - dat is het dividend - en een hoog dividend maakt een aandeel aantrekkelijk. Ook de verwachting dat een onderneming zo goed bezig is dat ze op de lange termijn eveneens veel winst zal genereren, verhoogt de aantrekkelijkheid van dat aandeel, en dus de prijs ervan. De voorbije vijftien jaar hebben de ondernemingen het over het algemeen goed gedaan, ze hebben veel winst gemaakt, en dus zijn ook de aandelen enorm gestegen.

De redelijk kalme Belgische beurs zag de gemiddelde waarde van zijn aandelen met 350% stijgen op 15 jaar tijd. Eind 2007 lag de Bel20-index van de voornaamste beursgenoteerde ondernemingen nog op 4500; in 1991 lag hij op 1000. Dat kapitaal goed rendeerde, zag je anderzijds ook aan het feit dat het aandeel van het inkomen uit kapitaal in het nationaal inkomen steeg. Terwijl het arbeidsdeel – de som van alle inkomens verdiend met werken - zakte. In België daalde dat arbeidsdeel van 69% van het nationaal inkomen in 1980 naar de huidige 63%. Die tendens merken we in alle rijke landen. Vraag is hoelang ze nog doorgaat. (Een van de verklaringen daarvoor is dat door de mondialisering – en dus de opname van China, India en vele andere landen - het aantal mensen dat zijn arbeid aanbiedt in de kapitalistische wereldeconomie, verviervoudigd is. Die nieuwe werkers hebben niet zoveel geld meegebracht. En dus is de verhouding tussen kapitaal en arbeid gewijzigd. En zoals dat gaat op markten: wat overvloediger wordt aangeboden – vooral lager geschoolde arbeid – daarvan daalt de prijs. Dat is de zware lange termijn tendens die de daling van het arbeidsdeel mede verklaart.)

Als de Bel-20 ondertussen naar 4000 of zelfs 3500 is gezakt, is dat een forse hap uit de winst, maar er blijft natuurlijk nog altijd veel van over.

Waarom wordt verwacht dat ondernemingen minder winst zullen maken? Omdat de VS in een recessie dreigen te belanden. Lange tijd werd gedacht dat dit niet zoveel zou uitmaken omdat de wereldeconomie ondertussen met China, India en de EU verschillende motoren heeft. Toch blijft de VS zo’n grote economie dat daar op de beurs nu toch weer anders over gedacht wordt. Alle grote economische blokken zijn in meer of mindere mate afhankelijk van hun export naar de VS. Als die export vermindert, knaagt dat aan hun afzetmogelijkheden, en betekent dit mogelijks een zekere overcapaciteit. En minder winst. Tragere groei. Minder banen.

Die impact van de VS is in verhouding ook iets groter dan de omvang van hun economie omdat de Amerikanen zich de voorbije decennia echt als de grote consumenten van de wereld hebben gedragen. Ze werden door de buitenwereld betaald om boven hun stand te leven. Ze leenden bij wijze van spreken geld om hun sokken te kopen, en die leningen gingen ze aan met als waarborg hun aandelen en hun huizen. Zo lang de prijzen van de huizen blijven stijgen, behoud je een dekking voor je lening. Gaat het de andere richting uit, dan kom je onder meer druk te staan. Kwam daarbij dat veel mensen huizen gekocht met bizarre hypotheekleningen.

Wat was er aan de hand met die hypotheekleningen in de VS? Heel wat van die leningen werden op een nogal bedrieglijke manier verpatst aan mensen die eigenlijk zo’n lening niet aankonden, maar vaak staken de leningen zo in elkaar dat pas na een tijdje duidelijk werd hoeveel de betrokkenen eigenlijk zouden moeten afbetalen. Het is een staaltje van gekke deregulering. Of van een naïef geloof in de “soevereiniteit van de consument”, de capaciteit van alle mensen - werkelijk alle mensen - om zelfstandig en verstandig te beslissen op de markt, ook al zijn er bijzonder weinig regels over wat er mag en niet mag worden verkocht.

Kwam daar nog bij dat veel van die slechte hypotheekleningen door de financiële wizards,  op zoek naar snelle winst verpakt werden in uiterst complexe afgeleide producten, waardoor het na een paar bewerkingen precies leek alsof je met die afgeleiden interessante beleggingen deed. Die ondoorzichtigheid gold blijkbaar zelfs voor de grootste financiële instellingen ter wereld zoals de Citibank, die daardoor enorme verliezen boekten. Of werden die slachtoffer van hun hebzucht zoals Het Laatste Nieuws deze week opperde? Zeker, sommige financiële speelvogels zijn rijker geworden van dit spel maar grote banken die meegegaan zijn in dat spel betalen nu de rekening. “Greed is good” gold in de yuppietijd. Nu weten we ook dat hebzucht blind maakt.

Zo blind dat in Groot-Brittannië de staat de bank Northern Rock niet alleen met 50 miljard dollar ter hulp moest snellen, om een “run” van de klanten op de bank te beletten – het vertrouwen was zo zoek dat iedereen tegelijk zijn geld opvroeg - maar nu zelfs die bank ofwel zal moeten nationaliseren, ofwel een andere heksentoer uithalen die hoedanook veel belastinggeld zal kosten. VS-Topbanken zoals Merril Lynch, JP Morgen en Citibank hadden zo’n zware verliezen dat ze gered moesten door worden door zogenaamde soevereine beleggingsfondsen die beheerd worden door buitenlandse staten zoals China, of Arabische Golfstaten die nu groot-aandeelhouders zijn geworden van de Amerikaanse kapitalistische kroonjuwelen.

De verliezen van de banken installeerden ook groot wederzijds wantrouwen tussen banken omdat niemand weet welke bank in welke papieren zit. Daarom geven ze elkaar minder makkelijk krediet. Gevolg: krediet is schaarser en dat weegt op het vermogen van bedrijven om te investeren.

Kortom, dit is een schoolvoorbeeld van hoe een gebrek aan regels een zeepbel op de huizenmarkt heeft doen ontstaan. Die zeepbel werd gevoed door slecht, want totaal ongereguleerd woningkrediet, en die dan weer vertaald werden in miljoenen afgeleide producten. Waaraan dan weer vele banken zich de broek scheuren, waardoor ze in nauwe schoenen belanden en de economie minder kunnen ondersteunen.

Het doet sterk denken aan wat Giovanni Arrighi, een van de spitsbroeders van de grondlegger van de wereldsysteemanalyse, Immanuel Wallerstein, ooit schreef in zijn magistrale ‘Lange 20ste eeuw’. Arrighi stelde dat elke van de grote hegemonische periodes – de Hollandse, de Britse en de Amerikaanse – eerst gekenmerkt worden door een periode van grote economische opgang en dominantie. Wanneer die ten einde loopt, gaat ze over een periode van “financialisering”: in plaats van geld te investeren in de reële materiële economie, wordt belegd in ‘papier’, in de geldeconomie. En wat zei Geert Noels over de Amerikaanse economie in De Standaard van 26 januari? ‘De financiële sector bijvoorbeeld is buiten proportie gegroeid. Zeventwintig procent van de beurskapitalisatie, dat staat niet meer in verhouding tot de toegevoegde waarde van die sector…. Door al die financiële hocuspocus heeft de Amerikaanse consument jarenlang boven zijn stand geleefd. De explosie van de financiële technieken is al bezig van in de jaren zeventig. In plaats van een hulpmiddel zijn ze de essentie van de Amerikaanse economie geworden. De kosten voor leningen en investeringen zullen stijgen en dat zal nog heel lang op de Amerikaanse economie wegen.

Wat schrijft Martin Wolf, hoofdeconomist van de Financial Times op 6 februari 2008? ‘De VS zelf zien er haast uit als een groot hedge fund. De winst van de financiële bedrijven sprongen van 5% van de totale bedrijfswinst na taksen, in 1982, naar 41% in 2007, terwijl hun aandeel in de totale toegevoegde waarde maar steeg van 8 naar 16%. Giovanni Arrighi kan zich geen schoner bewijzen indenken van zijn stelling.

Waarom is “al die financiële hocuspocus” die nu uiteindelijk nefast blijkt, zo groot kunnen worden ? De reden is onder meer dat de financiële autoriteiten in de VS te dicht bij de financiële sector staan, omdat ze er zelf uit komen, en daardoor te weinig regels opleggen omdat zulks de winstmogelijkheden zou hebben belet. Maar een financiële sector is er natuurlijk niet enkel om winstkansen te bieden aan de financiële speelvogels en speculanten maar om de reële economie te stimuleren en te helpen. En de burgers toegang te geven tot betrouwbare financiering. Niet om hen in bedrieglijke hypotheekleningen te lokken, waardoor ze later uit hun huis moeten worden gezet.

Wat betekent dit gebeuren voor de verhoudingen in de wereld? Veel van de banken die nu enorme verliezen leiden, werden ten dele opgekocht door investeerders uit de opkomende landen: China, Arabische landen, Zuid-Korea,… Dat is een gevolg van wat al een tijd bezig was: de VS leven boven hun stand, kopen zich blauw, en het zijn vooral de Aziatische landen die daar beter van worden, en grote spaarpotjes opzij zetten. Met dat geld ondersteunen ze nu Westerse banken, door met het kapitaal over de brug te komen waar ze naar snakken door hun zware verliezen. Waar de VS zich een tijdje geleden nog verzetten tegen het opkopen van havens of oliebedrijven door Chinese of Arabische bedrijven, kunnen ze nu niet anders dan aanvaarden dat Citibank en Merryl Lynch ten dele onder buitenlandse controle komen. In 2007 is op of buiten de beurs voor 414 miljard dollar aan VS-bedrijven gekocht door buitenlandse investeerders, volgens onderzoeksbedrijf Thomson Financial.

Wie ten dele eigenaar is van die kroonjuwelen van het Amerikaanse kapitalisme, verwerft er ook enige macht over. Elke boer of kapper kan je dat vertellen: als je aan iemand geld moet vragen, om te overleven, dan ben je er ook afhankelijk van. Waarvoor die macht zal worden gebruikt, moet nog blijken.

Eigenlijk eindigt hier de free lunch van de VS: wat ze ook doen, het wordt moeilijk om boven hun stand te blijven leven. Ze hebben dat jarenlang kunnen doen omdat ze over de reservemunt van de wereld beschikten en dus eigenlijk gewoon geld konden drukken dat zomaar als internationaal betaalmiddel werd aanvaard. Nu loopt dat vast. Hun consumptie zal verminderen. Onvermijdelijk.

De drastische verlaging van het intresttarief door de Federal Reserve, de Centrale Bank van de VS, zal dat niet tegenhouden. Die zal wellicht de economische activiteit wat stimuleren, maar het zal tegelijkertijd de waarde van de dollar verder doen zakken, waardoor de internationale koopkracht van de VS daalt, en dus hun vermogen om te buitenlandse producten te consumeren.

Indien de VS de rente niet zo drastisch hadden verlaagd, zou hun economie meer vertragen, en dus ook hun nationaal inkomen. Wat eveneens betekent dat ze minder kunnen consumeren.

Je kan niet blijvend boven je stand leven, ook al heb je de reservemunt van de wereld. Aan die periode en de bereidheid zomaar dollars te aanvaarden, komt stilaan een einde. De VS zullen zeker geen onbelangrijke economie worden maar hun dominantie krijgt zeker een tik. Ze verliezen vat op een aantal van hun grootste financiële instellingen. Hun dollar kan minder kopen, en wordt steeds minder de reservemunt van de wereld. Wie afhankelijk is van het buitenland voor zijn financiering, en zijn energievoorziening, is sowieso minder machtig. Dat ondervond president Bush ook op zijn recente Arabische rondreis: noch in Egypte, en zeker niet in het feodale Saoedi-Arabië, kon hij beginnen preken over de noodzaak van democratie. Wat hij tot voor kort zo graag deed. Eerder moest hij vriendelijk aandringen bij de Saoedi’s om meer olie op te pompen, zodat de prijs ervan wat zakt.

Wat betekent dit alles nu voor Belgen? Wie aandelen heeft, levert wat in van de koerswinst die hij de voorbije jaren geboekt heeft. De lagere consumptie in de VS zal de economische activiteit verminderen. Dat betekent minder inkomensstijging en minder nieuwe banen.

Heeft dit gevolgen voor de toekomst van de mondialisering? Deze episode doorprikt eens te meer de mythe van de zelfregulerende markt. Het spel met de slechte hypotheekleningen en de afgeleiden, treft niet alleen de economie, maar leidt er ook toe dat heel wat mensen in de VS uit hun huis worden gezet, nu de werkelijke afbetalingtslast van hun hypotheeklening is duidelijk geworden.

Welke lessen worden daaruit getrokken? Presidentskandidate Hillary Clinton stelt alvast voor om de komende negen maanden nog te verbieden dat mensen uit hun huizen worden gezet.Ze wil de komende vijf jaar ook elke verhoging van intresten op die slechte hypotheekleningen te verbieden. Ze pleit dus voor een regulering die de inhoud van al die hypotheekcontracten annuleert. De Britse premier Gordon Brown ging nog verder in zijn pleidooi voor internationale regulering op financieel-economisch gebied. Op het einde van zijn reis in India en China zei hij deze week “dat het Internationaal Muntfonds (IMF) zich voortaan moet concentreren op de bewaking van het globale economische en financiële systeem. Zijn rol moet zijn om crisissen te voorkomen, niet enkel om de gevolgen ervan te beheersen.” Brown vindt dat “het Fonds daarbij op internationaal niveau met dezelfde onafhankelijkheid als een centrale bank op nationaal vlak moet kunnen optreden.” Lees: als in de VS zich nog eens een crisis met slechte hypotheekleningen dreigt voor te doen, moet het IMF kunnen optreden. Dat is zoveel als een kleine revolutie want tot nu toe had het Fonds alleen maar macht tegenover landen die nood hadden aan geld. Het had dus weinig invloed in de rijke landen, en zeker niet in de VS. Dat de premier van Groot-Brittannië zoiets zegt, is opmerkelijk. Zijn land is immers altijd een van de grote voortrekkers geweest van vrijheid, blijheid op financieel gebied. Dat hij te maken kreeg met de eerste run op een Britse bank in meer dan een eeuw, is daar zeker niet vreemd aan.

Martin Wolf, hoofdeconomist van de Financial Times, zegt het zo op 6 februari 2008: ‘We hebben geen keuze dan te proberen om de financiële sector te reguleren. Een financiële sector die enorme beloningen crëert voor insiders en herhaalde crisissen voor honderden miljoenen onschuldige omstaanders, is op de lange termijn politiek onaanvaardbaar. Diegenen die willen dat een marktgeleide mondialisering welvaart, zullen erkennen dat dit de Achillespees ervan is. Effectieve actie moet nu ondernomen worden, voor een nog grotere mondiale crisis uitbreekt.

Duidelijker kan eigenlijk niet. We staan dus voor de keuze: tot nu toe durfden de politiek, vooral de ministers van financiën, de centrale bankiers en hun handlangers, het feest van de winsthongerige spelers in de geldwereld nooit verstoren. Wellicht omdat de controleurs er veel te dicht bij staan, ze komen zelf uit dat financiële wereldje. Teveel regels is nergens goed voor, heet het dan. Dat is evenwel spelen met vuur. Als, bijvoorbeeld, de Chinezen de dollar op straat gooien, dan stevent de hele wereldeconomie op een loodzware crisis af. Met niet te overziene politieke gevolgen. Dat zou het draagvlak voor de mondialisering vernietigen, vrezen liberalen. Dat zou leiden tot enorm veel miserie, en mogelijks geweld, vrezen socialisten. Waarom dan nog langer spelen met vuur? President Franklin Roosevelt zei in de jaren dertig dat geld te belangrijk is om het alleen aan bankiers over te laten. Wel, ik denk dat we opnieuw op zo’n moment zijn aanbeland.

Er hangt overigens nog meer verandering de lucht, en dat is te wijten aan de samenstelling van die lucht, de atmosfeer, die immers leidt tot een verandering van het klimaat. Het klimaatprobleem is dan ook een ontzaglijk marktfalen. In een interview dat Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, aan de VRT gaf naar aanleiding van het klimaatplan van de EU zei Barroso woensdag het volgende: “Wij garanderen onze bedrijven dat ze door het klimaatplan niet aan deloyale concurrentie zullen worden blootgesteld. Als bijvoorbeeld een staalbedrijf door ons klimaatplan duurder staal produceert dan regio’s waar geen klimaatplan bestaat, zullen wij de invoer van dat staal bemoeilijken.” Dat is geen letterlijk citaat maar het kwam wel daarop neer: handel zal belemmerd worden in functie van ons milieubeleid. Wellicht komen er dan invoertarieven op klimaatonvriendelijk staal.

Barroso’s woorden passeerden quasi ongezien op Terzake, niemand leek zich de betekenis ervan te realiseren, maar eigenlijk is dat nieuws: het is de eerste keer dat de EU zo duidelijk zegt dat het adagio van de vrije handel van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) ondergeschikt is aan het milieubeleid. De WTO zegt immers dat niets de handel onnodig mag belemmeren, en dat betekende doorgaans ook dat nationale milieuregels dat niet mogen doen. Wat Barroso nu zei, is het omgekeerde: we zullen ten behoeve van het milieu de handel belemmeren. Dat daarmee de eigen industrie tegelijk wordt beschermd, is uiteraard meegenomen. Maar het blijft vloeken in de neoliberale kerk.

Het zijn twee voorbeelden die aangeven dat het neoliberalisme – het verfoeien van de staat, en het blinde vertrouwen op de markt – aan een terugtocht is begonnen (zie ook ons boek De stille dood van het neoliberalisme, Houtekiet, 2007). Het klimaatprobleem en de chaos in de financiële markten kan je nu eenmaal niet met neoliberale recepten bestrijden: de overheid moet hier minstens de bakens uitzetten.

Hetzelfde geldt overigens ook indien men iets wil doen aan de toekomende binnenlandse inkomensongelijkheid die vele landen treft. Het gevoel bij veel mensen in rijke en arme landen dat ze te weinig aan de mondialisering hebben, vreet aan de steun voor het hele project. Dat blijkt overduidelijk uit opiniepeilingen in de rijke landen. Dat zet de politiek onder druk. “De slinger tussen markt en staat gaat de andere richting uit”, zei Pascal Lamy, directeur-generaal van de WTO in de International Herald Tribune van woensdag 23 januari 2008. “Wat we nodig hebben, is een ideologische mutatie zonder in de val te trappen van het protectionisme.” Lees: we kunnen de mondialisering alleen redden door ze socialer en ecologischer te reguleren. Afwachten wat daarvan terecht komt.


geen reacties

  
Persoonlijke info onthouden?

Emoticons / Textile

In de strijd tegen automatisch gegenereerde spam, vraag ik je volgende vraag te beantwoorden.
 

 

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.