John Vandaele

Journalist bij het mondiale magazine Mo* en auteur.

Chronologie

01 Nov - 30 Nov 2014
01 Jul - 31 Jul 2014
01 Aug - 31 Aug 2013
01 Okt - 31 Okt 2011
01 Jul - 31 Jul 2011
01 Jun - 30 Jun 2010
01 Apr - 30 Apr 2010
01 Dec - 31 Dec 2009
01 Jul - 31 Jul 2009
01 Jun - 30 Jun 2009
01 Mei - 31 Mei 2009
01 Apr - 30 Apr 2009
01 Feb - 28 Feb 2009
01 Dec - 31 Dec 2008
01 Nov - 30 Nov 2008
01 Aug - 31 Aug 2008
01 Mei - 31 Mei 2008
01 Apr - 30 Apr 2008
01 Mrt - 31 Mrt 2008
01 Feb - 28 Feb 2008
01 Jan - 31 Jan 2008

Links

De vieze gasten
Buren van de abdij
Mo* magazine

Publicaties

Ik schreef recent boeken over de economische crisis (2012), over de strijd om waardig werk (2009; met Dirk Barrez), het neoliberalisme in tijden van globalisering (2007) en over de wereld van de internationale financiële instellingen (2005). Voor meer info en besprekingen, zie de rechts op de openingspagina.

Laatste Reacties

Walter De Vos (Snuivende Tom sch…): Ik denk dat de moderne re…
Jef Eggermont (De natie biedt so…): Dit artikel verheugt me. …

Contact

John nu

Je kan me
best bereiken
via e-mail.


Deze site werd in de winter van 2008 voor me gemaakt door Aldo Siblings.

Powered by Pivot - 1.40.4: 'Dreadwind'  XML: RSS Feed  XML: Atom Feed 

« DSK laveerde het IMF … | Home | Beter laat dan nooit »

IMF moet eindelijk in de 21ste eeuw landen

Donderdag 21 Juli 2011

(verschenen in De Standaard op 30 juni 2011)

Dinsdag raakte bekend dat de Franse minister van financiën, Christine Lagarde, de nieuwe managing director van het Internationaal Muntfonds wordt. Bij die keuze en de manier waarop ze is gebeurd, zijn verschillende kanttekeningen te maken.

Het verkiezingsproces van de nieuwe IMF-baas kreeg dit keer meer media-aandacht dan ooit. We vernamen dat Lagarde de wereld rond reisde om belangrijke spelers te overtuigen. Didier Reynders liet weten dat hij de job niet zou weigeren. Agustin Carstens wierp zich op als tegenkandidaat en alternatief van de opkomende landen. De pro’s en con’s werden afgewogen en de cruciale rol die het Fonds speelt in tijden van crisis werd grondig besproken.

Die publieke aandacht is een goeie zaak want het is een belangrijke job. Hoe transparanter de invulling van zo’n baan verloopt, hoe beter. Die grotere aandacht had ongetwijfeld te maken met het groeiende besef dat het almaar minder evident wordt dat een Europeaan die topjob krijgt en dat onze macht dus in het geding is. Maar we vermoeden dat de grotere media-aandacht ook te maken had met de sensationele wijze waarop Lagarde’s voorganger, haar landgenoot Dominique Strauss-Kahn, zichzelf in de voet had geschoten. Een vettiger mediaverhaal is tenslotte amper te bedenken: ’s werelds topbankier die ten val komt door zijn (vermeende) onstilbare honger naar sex. Eens een mediatiek verhaal op zo’n manier werd opgestart, is het makkelijker om er blijvend aandacht aan te besteden. Als Lagarde het IMF in het nieuws wil houden, weet ze dus wat haar te doen staat (grapje!).

Wat hebben we nog geleerd uit deze episode? Dat de Verenigde Staten (VS) en de Europeanen het op een akkoordje hebben gegooid: Europa krijgt opnieuw de IMF-baas als de VS de Wereldbanktopper krijgen. Vermits de VS en de Europeanen samen goed zijn voor vijftig procent van de stemmen in het IMF, is er niks mogelijk zonder hen. Pure machtspolitiek dus. Het voornaamste argument dat de Europeanen bovenhaalden om het zestig jaar oude informele akkoord te verlengen, was dat er nu meer dan ooit een Europeaan nodig was aan het stuur van het IMF omdat het tegenwoordig vooral Europese landen zijn die geld lenen bij het Fonds.

Dat argument moet nogal wat ontwikkelingslanden ergeren. Die redenering zou immers weggelachen zijn in de periode 1980-2000 toen vooral Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen beroep deden op het Fonds. Stel je voor dat Mexico, Brazilië of Nigeria toen de topjob hadden geëist met als argument dat zij toch het meest moesten lenen bij het fonds! Het antwoord zou geweest zijn dat dit juist een reden was om hen die job niét te geven. Kwestie van de objectiviteit en onafhankelijkheid van het Fonds te bevorderen.

Opvallend was ook dat de zogenaamde opkomende landen allesbehalve eensgezind waren en Carstens amper steunden. Brazilië zou node een Mexicaanse kandidaat steunen omdat het zichzelf ziet als vaandeldrager van Latijns-Amerika. China zal niet snel een Indiase kandidaat helpen. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Het toont aan dat hoewel de BRIC’s dikwijls in één adem worden genoemd, ze daarom nog niet altijd dezelfde belangen en standpunten hebben. Als Europeaan zou ik verguld kunnen zijn dat opnieuw een van de ‘onzen’ het laken naar zich heeft toegehaald maar dat zou kortzichtig zijn.

Wie gelooft dat de wereld zoiets als een IMF kan gebruiken – een overlegforum waar de landen van deze wereld de wereldeconomie op een evenwichtige manier proberen te sturen – kan niet echt blij zijn met de keuze en de manier waarop ze is doorgeduwd. De zogenaamde ontwikkelingslanden – dat is vijf zesde van de werelbevolking – vragen immers al vele jaren om ook eens de IMF-baas te mogen leveren. Dat dit opnieuw niet is gebeurd, versterkt hun waarneming dat het Fonds een Westerse club is die dus Westerse belangen verdedigt. Vergeten we niet dat de Aziaten al in 1998 spraken over de oprichting van een Aziatisch Muntfonds omdat ze vonden dat het IMF tijdens de Aziatische financiële crisis al te dogmatisch optrad, en te zeer de Westerse belangen (Westerse banken, markttoegang voor Westerse bedrijven) verdedigde.

Deze benoeming kan die waarneming alleen maar versterken, ook al erkende Lagarde het belang van de opkomende landen door op ‘bedevaart’ te gaan naar Brasilia, New Delhi, Beijing en Moskou. Daar zou ze beloofd hebben versneld werk te zullen maken van een verdere democratisering van het Muntfonds. Inderdaad, democratisering. Ik kies het woord niet toevallig. Ervoor zorgen dat 15 procent van de wereldbevolking (het Westen plus Japan) niet langer meer dan 55 procent van de stemmen krijgt in een organisatie is een vorm van democratisering. De ontwikkelingslanden vinden het overigens hypocriet dat het Westen altijd de democratie verdedigt op nationaal niveau, maar zelden op internationaal niveau.

Macht afstaan, is nooit eenvoudig. Dat is des mensen. Maar nu landen door de globalisering steeds meer afhankelijk zijn van elkaars financieel en economisch beleid – toenemende interdepentie heet dat in het jargon – is een IMF dat door alle landen enigszins wordt vertrouwd, meer dan ooit noodzakelijk. Luidens artikel 1 van zijn oprichtingsacte is Fonds juist opgericht om “internationale monetaire samenwerking te bevorderen door een permanente instelling die de machinerie levert voor overleg en samenwerking over internationale monetaire problemen”.

Lagarde zou er dus goed aan doen haar beloften waar te maken. Dat kan door de ontwikkelingslanden meer zeggenschap te geven in het Fonds. Dat zal de instelling meteen ook minder dogmatisch maken want de ontwikkelingslanden hebben diverse visies over wat goed beleid is. Dat kan ook door te zorgen voor een benoemingsprocedure voor de IMF-baas met transparante regels die meer steunen op capaciteit dan op nationaliteit.
geen reacties

  
Persoonlijke info onthouden?

Emoticons / Textile

In de strijd tegen automatisch gegenereerde spam, vraag ik je volgende vraag te beantwoorden.
 

 

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.