John Vandaele

Journalist bij het mondiale magazine Mo* en auteur.

Chronologie

01 Nov - 30 Nov 2014
01 Jul - 31 Jul 2014
01 Aug - 31 Aug 2013
01 Okt - 31 Okt 2011
01 Jul - 31 Jul 2011
01 Jun - 30 Jun 2010
01 Apr - 30 Apr 2010
01 Dec - 31 Dec 2009
01 Jul - 31 Jul 2009
01 Jun - 30 Jun 2009
01 Mei - 31 Mei 2009
01 Apr - 30 Apr 2009
01 Feb - 28 Feb 2009
01 Dec - 31 Dec 2008
01 Nov - 30 Nov 2008
01 Aug - 31 Aug 2008
01 Mei - 31 Mei 2008
01 Apr - 30 Apr 2008
01 Mrt - 31 Mrt 2008
01 Feb - 28 Feb 2008
01 Jan - 31 Jan 2008

Links

De vieze gasten
Buren van de abdij
Mo* magazine

Publicaties

Ik schreef recent boeken over de economische crisis (2012), over de strijd om waardig werk (2009; met Dirk Barrez), het neoliberalisme in tijden van globalisering (2007) en over de wereld van de internationale financiële instellingen (2005). Voor meer info en besprekingen, zie de rechts op de openingspagina.

Laatste Reacties

Walter De Vos (Snuivende Tom sch…): Ik denk dat de moderne re…
Jef Eggermont (De natie biedt so…): Dit artikel verheugt me. …

Contact

John nu

Je kan me
best bereiken
via e-mail.


Deze site werd in de winter van 2008 voor me gemaakt door Aldo Siblings.

Powered by Pivot - 1.40.4: 'Dreadwind'  XML: RSS Feed  XML: Atom Feed 

« Snuivende Tom schaadt… | Home | De V-partijen kiezen … »

De natie biedt soelaas… als ze een sociaal beleid voert

Dinsdag 27 April 2010

(in verkorte versie verschenen in Knack van woensdag 28 april 2010) 

De natie biedt antwoord op de globaliseringsangsten als ze een effectief sociaal beleid voert. Dat gaat Schotse of Welshe nationalisten beter af dan Vlaamse. Maar wat niet is, kan nog komen.

Over globalisering, identiteit en het spanningsveld ertussen ontspon zich de jongste tijd in Vlaanderen en elders een intens debat. Velen zijn het erover eens dat globalisering ertoe heeft geleid dat nogal wat mensen zich terugplooiden op traditionele waarden of groepen zoals het eigen volk of de eigen religie. Wat evenwel bij veel van deze analyses opvalt, is dat ze wat in het ijle gebeuren. Ze onderzoeken niet echt om welke redenen welke mensen zich terugplooien en wat daar een zinnig antwoord op is.

Laat ons beginnen bij het begin: wat is globalisering? Globalisering is een proces waardoor geld, goederen, bedrijven, mensen, informatie, … makkelijker van het ene land naar het andere kunnen, en alles wat daarmee samenhangt. En dat is heel veel. Meer handel natuurlijk, maar ook meer migratie.

Migratie en handel zijn precies de twee processen die in onze contreien de gevoelens van onzekerheid en onveiligheid vergroten, vooral bij mensen die socio-economisch kwetsbaarder zijn. Veel migranten gaan meestal noodgedwongen in de goedkoopste wijken wonen, waar ook de meest kwetsbare autochtonen wonen. Die worden dan het sterkst geconfronteerd met de spanningen die dikwijls met het samenwonen in diversiteit gepaard gaan. Het zijn meestal dezelfde autochtonen die ook het meest “last” hebben van meer wereldhandel: lager geschoolden, industriearbeiders die ofwel hun werk zien verdwijnen naar elders, ofwel onder een enorme competitiedruk van buitenlandse werknemers of bedrijven staan.

Nogal wat van deze mensen zijn voor xenofobe of nationalistische partijen gaan stemmen, (al zijn ze lang niet de enigen). Onderzoek leert bijvoorbeeld dat vooral deze groep in Frankrijk tegen de Europese grondwet stemde. Ze voelen aan dat zij veeleer te verliezen hebben bij globalisering (of de kleine-globalisering-genaamd-Europese-uitbreiding). Ondertussen weten we dat hun aanvoelen correct is (zie ons boek De stille dood van het neoliberalisme, 2007): als je de woonkost verrekent, zijn er zelfs in Vlaanderen heel wat mensen die nu minder verdienen dan 25 jaar geleden. Onderzoek leert dat migratie en handel ertoe leiden dat  een kleiner deel van de welvaart naar arbeidsinkomens gaat. 

Ik hoor liberalen, nationalisten en zelfs Vlaamse socialisten te zelden spreken over deze realiteit. Ik herinner me een gespreksavond met sp-a-kopstuk Frank Vandenbroucke over mondialisering waarin hij begon met te juichen over het feit dat de Vietnamese rijstboer nu meer kan verdienen door sportschoenen te maken. Dat klopt en het is inderdaad goed nieuws. Maar waarom die andere kant, die verlieskant, niet vermelden of onderbelichten? Ik vroeg Frank waarom de sp-a zo zelden dat inlevingsvermogen betoont met al die arbeiders die vroeger voor hen stemden, en nu enigszins angstig en afwijzend reageren op globalisering. Vandenbroucke’s antwoord was dat je dan al snel in de xenofobie belandt. Dat antwoord verbaasde me. De werkelijkheid onder ogen zien en erkennen, is toch niet xenofoob? Eerder het omgekeerde is waar: door niet over die realiteit te praten, wakker je xenofobie aan.

Dromer genaamd Eppink

Toen de globaliseringswind in de jaren negentig opstak, heette het dat er alleen winnaars zouden zijn. En dat de markt alles wel zou beredderen. Globalisering was een soort wondermachine waardoor we als vanzelf allemaal rijker zouden worden. Regels waren betuttelend en slecht, en dus ongewenst. Over de overheid werd minachtend gesteld dat die zich zo min mogelijk moest moeien met de economie.

De financiële crisis heeft die visie weggeveegd:  zonder overheid zaten we nu in een economische depressie. Maar de problemen met globalisering zitten dieper. De handelsonevenwichten met China groeiden hand over hand. Als dat zo doorgaat, gaan we naar protectionisme. In het Amerikaanse Congres roepen velen om protectionisme. Paul De Grauwe, professor economie aan de KU-Leuven zegt openlijk dat de VS de Chinese invoer moeten belasten omdat de Chinezen hun munt kunstmatig laag houden en zo hun uitvoer subsidiëren. Voorlopig durven de VS die stap niet zetten en zoeken ze de kwestie met onderhandelingen op te lossen.

Maar ook tussen China en India, zelfs binnen de EU (zie de tegenstelling tussen Duitsland en Zuid-Europa) zijn de commerciële onevenwichten zo groot  geworden dat ze alleen recht te trekken zijn met politieke coördinatie. Globalisering werkt dus niet zonder politiek.

Een van de redenen voor de onevenwichten is dat de  globalisering geen sociale regels heeft: ze droeg wel bij tot de opkomst van een aantal ontwikkelingslanden maar vergroot de inkomensongelijkheid in de meeste landen. Als de Chinese werknemer niet meer kan kopen wat hij zelf maakt, stevenen we af op een handelsoorlog. Als daar nu aan wordt gewerkt, is dat niet omwille van mondiale sociale regels maar omdat Chinese of Braziliaanse arbeiders in die richting duwen en nationale regeringen op die druk reageren.

Een globalisering zonder milieuregels stuurt dan weer het klimaat in de war. En wat een financiële sector zonder regulering betekent, weten we ondertussen: de banken verrijken zichzelf ten koste van de samenleving.

De neoliberale globaliseringsoptimisten blijken nu dus eigenlijk een soort utopisten te zijn geweest. Som ze maar op: de Van Quickenbornes, de Eppinks, de Jean-Marie Dedeckers die zich zo graag hullen in de mantel van het gezond verstand, blijken nu eigenlijk dromers te zijn geweest. Rattenvangers van Hamelen met een te simplistisch wereldbeeld.

Winnaars en verliezers

De neoliberale utopie is voorbij maar veel sociaaldemocraten zijn er ver in meegegaan. Daarin heeft de Gravensteengroep gelijk. Ze beseften te weinig dat er een verschil is tussen de waarheid zeggen over globalisering en globalisering overboord gooien. 

En het is hoog tijd dat we de waarheid zeggen. Waarom niet duidelijk zeggen dat globalisering winnaars – van Kim Clijsters tot de bankiers zonder grenzen – en verliezers kent? Als je die analyse rustig en helder maakt, kan je vervolgens de vraag stellen: is het rechtvaardig en afgesproken dat er winnaars en verliezers zijn? Ik denk het niet: globalisering werd voorgesteld als een proces waar we allemaal beter zouden van worden.

Als dat dan niet het geval blijkt, moet je de verliezers met een gericht beleid vergoeden voor het verlies, financieel of door hen op andere manieren minder kwetsbaar maken. De winnaars moeten meer bijdragen tot dat beleid, de verliezers minder. Bart De Wever heeft gelijk dat het voor de kosmopolieten met een buitenverblijf in Toscane handig kan zijn om ‘los te komen van de gemeenschapsstructuren’. Hij zegt er – even handig - niet bij waarom: omdat het voor zo’n gefortuneerde mensen kansen biedt om minder belastingen te betalen, minder solidair zijn.

Identiteit en solidariteit

Ik volg nationalisten als ze stellen dat een gemeenschapsgevoel makkelijker groeit in een groep mensen die gewoontes, tradities, taal, een verleden en zienswijzen met elkaar delen. Het heeft geen zin dat te ontkennen. Dat voel je meteen als je in een buurt iets wil opstarten. Wellicht is het voor Guy Verhofstadt te lang geleden dat hij nog iets in een buurt opstartte om die simpele waarheid te onderkennen. 

Het klopt tevens dat het makkelijker is om solidariteit te verwekken in zo’n hechtere gemeenschap. Daar hebben nationalisten een punt. Alleen hoor ik Vlaamse nationalisten te zelden inspelen op dit voordeel van een gemeenschapsgevoel. Het gaat steevast over competitiviteit en Vlaamse op-de-borstklopperij en niet over een progressiever fiscaliteit of een arbeidsmarkt die iedereen kansen geeft. Nee, dan zijn de Welshe nationalisten duidelijker: vooraan in hun verkiezingsmanifest voor de Britse verkiezingen van 6 mei staat dat de hoge inkomens meer moeten bijdragen. De crisis maakt die keuze nog belangrijker: daarom plaatste Frank Vandenbroucke herverdeling bovenaan de agenda in zijn ondertussen beruchte essay. (Ook vanuit ecologisch oogpunt roept exorbitante rijkdom overigens steeds meer vragen op). 

Je moet lang zoeken naar zo’n standpunt bij Vlaamse nationalisten. Bedoelt Bart De Wever dat als hij zegt dat hij een conservatief is?  Als dat zo is, vraag ik me af wat de “gefragiliseerde terugplooiers” te winnen hebben bij meer Vlaanderen? Hebben ze genoeg aan de loutere warmte van het groepsgevoel van het zich afzetten tegen vreemde en gemeenschappelijke vijanden – tot nu toe de lijn van het Vlaams Belang - of wordt deze groep effectief geholpen om opnieuw meer greep op zijn bestaan te verwerven?

De Gravensteengroep die zichzelf als een club van progressieve Vlaamse nationalisten voorstelt, gaat wel dieper in op die vragen maar blijft in zijn laatste manifest toch vrij vaag. De groep wijt de zwakte van links in Vlaanderen aan het feit dat het zich aan België blijft vastklampen en daardoor geen progressief fiscaal beleid en arbeidsmarktbeleid kan voeren. Ik betwijfel of het belastingsstelsel progressiever – lees herverdelender - zou worden als het Vlaamser zou worden. De partijstandpunten wijzen niet in die richting. Ook inzake het arbeidsmarktbeleid maakt het manifest niet concreet waarom vervlaamsing per definitie socialer zou zijn dan een goed Belgisch arbeidsmarktbeleid. Het wordt geponeerd.

Het ontbreekt ons aan ruimte om die kwestie hier uit te benen maar opleiding en allerlei vormen van “sociale” tewerkstelling (dienstencheques, sociale economie… ) maken nu al deel uit van de antwoorden op de fragilisering van lager geschoolde mensen. Dat zal in de toekomst nog meer het geval zijn. Denken we nu echt dat regionalisering in deze altijd en overal de oplossing is? Eén voorbeeldje maar: een van de grootste sociale uitdagingen zit in Brussel, tot nader order de Vlaamse hoofdstad. Daar leven duizenden (doorgaans allochtone) jongeren die niet eens het secundair onderwijs afmaken terwijl de Vlaamse Rand zijn vacatures niet kan invullen. En terwijl het tekort aan scholen in Brussel groeit. Op dat moment is een progressief Vlaams standpunt niet om alle heil te verwachten van een Vlaams arbeidsmarktbeleid. Wel van samenwerking op alle niveau’s aan een effectieve aanpak en van het ter beschikking stellen van de middelen waar ze meest nodig zijn.

Dit geldt niet alleen voor Brussel: als we er niet in slagen de groeiende groep jonge allochtonen op te leiden en onze economie te laten verrijken, missen we een enorme kans voor hen, en voor ons. Het is een van onze grootste uitdagingen en ook die pak je niet aan met een bekrompen Vlaams discours. Er is onder migranten vaak sympathie voor de Vlaamse zaak – het ontstaan ervan herkennen ze vanuit hun eigen zwakke positie  - maar ook afkeer van het Vlaamse racisme.

Gemeenschapsvorming en de toon van het debat

Erkennen dat gemeenschapsvorming makkelijker is onder mensen die dingen met elkaar gemeen hebben, is nog iets anders dan dweperig  discussiëren over identiteit. Voor je het weet, ben je bezig over bloemkool met bechamelsaus als Vlaamse waarde en maak je het samenleven juist moeilijker.

Wie pro globalisering is, doet best pogingen om het samenleven in diversiteit beter te maken. Dat iedereen de wetten respecteert – wetten die dikwijls de operationalisering zijn van waarden – is evident en van cruciaal belang, maar discussies over identiteit gebeuren best kuis, respectvol en genuanceerd. Globalisering zet samenlevingen onder druk  - ongevallen zijn niet uit te sluiten, cfr de twee wereldoorlogen aan het einde van de eerste globalisering. Het is dus belangrijk om discussies over waarden en identiteit zo te structureren dat ze de gemeenschapsvorming eerder bevorderen in plaats van haar te bemoeilijken. Daarom had Verhofstadt wel een punt als hij vraagtekens plaatste bij het Franse identiteitsdebat.

Niet alleen de vraag of het etnisch-cultureel dan wel civiel-cultureel wordt ingevuld, bepaalt dus of een nationalisme inclusief dan wel exclusief is. Ook de manier waarop er wordt gediscussieerd, is cruciaal. Wie uitpakt met “Leve God, weg met Allah” geeft al meteen aan dat hij zich dat geen lor aantrekt, en eerder op polarisatie dan op gemeenschapsvorming is gericht. Onzorgvuldige veralgemeningen zijn uit den boze want ze doen onrecht en pijn aan al wie niet aan dat cliché beantwoordt. Groepen mensen reduceren tot één enkel kenmerk is niet slim en riskant, ook al beantwoordt het misschien aan een emotionele nood aan overzichtelijkheid of revanche.

Daarom kreeg ik koude rillingen toen ik Wim Van Rooy op radio Klara hoorde beweren dat ‘dé Islamcultuur nooit een wetenschapper van betekenis heeft voortgebracht’. Zo misprijzend en veralgemenend – en pertinent onjuist - spreken over zo’n enorme groep mensen, sorry, maar dat deed me onwillekeurig denken aan hoe in de jaren dertig werd gesproken over Joden. 

Kan Vlaams nationalisme andersglobalistisch worden?

Gemeenschapsgevoel kan een voordeel zijn om de last van de globalisering eerlijker te verdelen, maar ook een nadeel. Als je immers meer wil doen dan je aanpassen aan de globalisering, maar ook de globalisering zelf wil bijsturen om haar socialer te maken (eerlijker fiscaliteit van het vermogen om de mensen met verblijf in Monaco ook te doen bijdragen, sociale regels zoals vrijheid van vereniging wereldwijd, milieuregels) is juist internationale samenwerking en sociale beweging nodig. Wie in woede terugplooit op de eigen groep, is daar minder vatbaar voor.  Nationalistische partijen zouden een grote rol kunnen spelen om de woede te vertalen naar een socialer globalisering, maar daar zien we in Vlaanderen te weinig van, (zij het dat de Gravensteengroep expliciet verwijst naar een eerlijker fiscaliteit van het vermogen).

Het verhaal over een andere globalisering “verkoopt” wellicht niet al te makkelijk. Daarom meed voormalig sp-a-voorzitter Steve Stevaert enigszins internationale thema’s. Het verstoorde de gezelligheid en was te moeilijk, dacht hij. Stevaerts adepte en huidig sp-a-voorzitster Caroline Gennez kan dezer dagen door de crisis wel niet anders dan over al die ongezellige onderwerpen als crisis, banken en internationale regulering spreken, maar ze heeft moeite om geloofwaardig over te komen op die onderwerpen. Daarin speelt zeker mee dat het voor de sp-a jaren nadat die jaren “meeboog” met het neoliberalisme, niet evident is om nu al te kritisch voor de dag te komen. Maar er spelen ook persoonlijke factoren mee: bij mensen als Daniël Termont of Dirk Van der Maelen die altijd bleven werken op die thema’s, lijken systeemkritische opmerkingen veel meer hun kopje thee.

Nu is het ongetwijfeld ook niet makkelijk om over die dingen te praten in een tijdperk van oneliners en gecommercialiseerde media die liever ingaan op de liefdesperikelen van Maya en Freya, dan op de grondstromen die ons leven beïnvloeden.

Maar uiteindelijk is er geen alternatief: links kan alleen opnieuw een volkse beweging worden als het de zorgen van de werkende mens erkent en vertolkt, en zowel op regionaal, nationaal of internationaal niveau werkt aan rechtvaardige oplossingen, ook voor de verliezers van de mondialisering.

Nationalisten staan voor de keuze: werken ze daaraan mee of niet? Schotse, Welshe en Catalaanse nationalisten vallen makkelijker in die andersglobalistische bedding, Vlaamse nationalisten hebben wat dat betreft  meer huiswerk. Maar wat niet is, kan nog komen.
één reactie

Dit artikel verheugt me. Sedert vele tientallen jaren ben ik erg actief in verscheidene Vlaamse groeperingen, ook Vlaams-nationale zoals de Vlaamse Volksbeweging (VVB). En ik weet dat wij met onze Vlaamse ideeën al te lang in eigen kringetje zijn blijven ronddraaien. Daarom ook zoek ik reeds langer naar contacten met de linkse beweging omdat ik weet hoe belangrijk het is voor ons, nationalisten, om naar de toekomst toe te werken o.m. met nieuwe Vlamingen. Een mooi voorbeeld hiervan vind je bij “Daarkom”, een Vlaams-Marokkaanse groepering die opkomt voor samenwerking, dialoog en ontmoeting.

Wij zeggen altijd “als het om de natie gaat, zijn we één!”, wel dit is een mooi voorbeeld om de handen in elkaar te slaan en ook die mensen meer en intenser te betrekken op onze weg naar een vrij Vlaanderen. Iedereen met open ogen en oren ziet dat er grote uitdagingen op ons afkomen. Hoe kan Vlaanderen zijn onafhankelijkheid en soevereiniteit veroveren op de Belgische staat en de Europese Unie? Is er een nieuwe taalstrijd nodig tegen de “verengelsing”? Hoe is sociale achteruitgang te stoppen? Zullen de Vlaamse beweging, de Vlaamse vakbonden en de brede sociale beweging alternatieven kunnen bieden voor de nieuwe uitdagingen, liefst gezamenlijk? Welke rol wil Vlaanderen internationaal spelen? Hoe tot redelijke oplossingen komen voor het multiculturele vraagstuk? En wat met de plaats van Brussel in een soeverein Vlaanderen?

Het hoeft geen betoog dat het nationalisme, de hernieuwde aandacht voor de rol van de naties en volkeren, vandaag brandend actueel zijn. Volkeren en naties worden geconfronteerd met de uitschakeling van de democratie, met grote migratiestromen, met de militarisering van de samenleving, enz… Naties en volkeren dreigen cultureel, economisch en politiek te worden gemarginaliseerd ten voordele van de winst van multinationale bedrijven en politieke regimes in hun dienst die de rijkdommen plunderen…

Als we de lijn verder doortrekken naar o.m. de Gravensteengroep, de Vlaams-Socialistische Beweging (V-SB), Meervoud, enz… dan voel ik me meer en meer geroepen om ook in die richting de hand uit te steken.

Klaagzangen over vroeger dienen dan ook vermeden te worden. Zij versterken alleen maar de antipolitiek. Een antipolitiek die leidt naar nog meer zelfbeklag, tot frustraties die uiteindelijk meer schade toebrengen aan onze Vlaamse identiteit dan we wel denken. Geëngageerde kritiek mag en moet scherp zijn, een reeks vooroordelen daarentegen brengt schade toe aan die Vlaamse identiteit.

Ons Vlaams huis mag geen folkloristische Bokrijkhoeve worden maar moet een huis worden met verschillende corresponderende kamers, waar plaats is voor iedereen die hier leeft. Onze ontvoogding is nog volop bezig en gaat steeds verder in de richting van een onafhankelijk Vlaanderen.

Hoe lang nog en hoe ver gaan we? Veel zal afhangen van de mate waarin de Vlamingen het gevoel krijgen eindelijk als vrije burgers in een zo vrij mogelijke maatschappij te leven. Feit is dat Vlaanderen voor heel wat uitdagingen staat maar volwassen genoeg is om in deze 21ste eeuw stevige bouwstenen te leggen naar de toekomst.

“Als het om de natie gaat…” Ik blijf er in geloven!
Jef Eggermont - 28 04 10 - 17:36


  
Persoonlijke info onthouden?

Emoticons / Textile

In de strijd tegen automatisch gegenereerde spam, vraag ik je volgende vraag te beantwoorden.
 

 

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.