Over nut en winst
Dinsdag 05 Mei 2009(verschenen in De Standaard op 20 april 2009)
De beslissing van minister Van Quickenborne om de consument te helpen bij zijn worsteling met telefoontarieven en spaarformules, zegt iets over de werkelijkheid van markt en consument. De mens is niet die rationele nutsmaximalisator uit de economische theorie maar een veel aardser wezen.Wijsheid komt met de jaren. Dat geldt ook voor ene Vincent Van Quickenborne, minister van ondernemen in het koninkrijk België. Deze jongeman heeft zich de voorbije jaren geregeld laten kennen als de witte ridder van de onversneden vrije markt, en de criticus van ‘ambetantenaren’ en ander symbolen van de overheid. Stilaan is evenwel tot Vincent doorgedrongen dat dogmatisch gedaas over de zegeningen van de vrije markt en de soevereine consument, soms iets te simpel is. Dat leiden we af uit zijn beslissing om via de website ‘www.bestetarief.be’ de soevereine – of zeggen we beter hulpeloze - consument te helpen om te weten welke telefoontarieven nu eigenlijk de gunstigste zijn. En uit zijn tussenkomst om ING en AXA te verplichten duidelijker te zijn over hun spaarformules.
Voelt u soms ook die ergernis opkomen als een jongedame u voor de zoveelste keer namens Belgacom of Telenet opbelt met de mededeling dat ze vastgesteld hebben dat ik niet de gunstigste tariefformule heb, en dat ze me een andere formule – liefst met opgewekt klinkende Engelse woorden - aanraden. Het is dan rond 18u ’s avonds, u hebt zich net huiswaarts gespoed door het drukke verkeer om tijdig uw gebroed te kunnen voeden en dan krijgt u de tip om te kiezen voor de ‘Happy Time’-formule of neem ik beter de ‘What about a quicky, Trina?’-variant. Ik weet het niet en de keuze lijkt eindeloos: welkom op de vrije markt. Ik voel dan woede opkomen – de pannekoeken staan aan te bakken – doch probeer me te beheersen: die dame doet ook maar haar werk. Ik voel hoe dan ook achterdocht en meld de dame dat ik altijd achterdochtig ben als andere mensen me zo graag willen helpen en me dingen voorstellen die hén geld zullen kosten. Zeker als het gaat om bedrijven die toch als opdracht hebben om winst te maken. De dame gaat meestal niet in op dergelijke opmerkingen: zij heeft ongetwijfeld geleerd met dergelijke weirdo’s om te gaan en heeft wellicht een target van zoveel oproepen per uur. Veel ruimte voor diepzinnige gesprekken is er dus niet.
Ik probeer mens te blijven temidden van het commerciële geweld. Dat leidt tot spanningen. Over enkele dagen zal een Belgacomdame mij terugbellen met haar schitterende TV-voorstel dat veel en veel beter is dan dat van Telenet. Ik had bedenktijd gevraagd, ze weigerde me op papier een voorstel te doen en zou me twee weken later terugbellen. Wat moet ik haar antwoorden? Ik weet het niet. En zal allicht alleen maar weten wat het beste is door het uit te testen. Idem voor de electriciteitssector. Ik vergeet nooit de moeilijke brief die aankondigde dat we voortaan vrij onze stroomleverancier zouden kunnen kiezen. Ik dacht meteen: denkt men nu echt dat ik om de maand van stroomleverancier zal veranderen, telkens de prijzen fluctueren tussen de bedrijven onderling? En dat ik tussen al mijn andere taken, de energie heb om me te verdiepen in de complexe wereld van de energietarieven? Komt daar nog bij dat Electrabel het in ons land zo handig speelde dat er amper sprake is van keuze.
De klassieke economische theorie ziet de koper/klant als een rationeel wezen dat “nutsmaximalisatie” nastreeft - dat altijd en overal schrander berekent wat er het meest in zijn materiële voordeel is. In veel gevallen is die klant evenwel een afgepeigerde tweeverdiener die in de ratrace tussen pampers en carrière niet de tijd of energie heeft om het nut te maximaliseren. Of een kwetsbare bejaarde die grote moeite heeft om al die complexe tariefformules te ontcijferen. Zouden die bedrijven dat echt niet doorhebben? Ik betwijfel dat. Ik geloof eerder dat er bewust zo’n nevel van formules wordt geschapen zodat de concurrentie minder kan spelen en de prijzen hoger blijven. Dat lijkt me nogal rationeel met het oog op de winstmaximalisatie. Dit probleem stelt zich veel minder als je schoenen, bloemkolen of broden gaat kopen. Dan is het veel makkelijker om een soevereine consument te zijn en niemand pleit dan ook voor een groot staatsbakkerij. Maar voor nutsdiensten als stroom, telefonie of beleggingen die ruimte laten voor complexe tariefformules, is het moeilijker om de markt goed te doen werken.
Een goeie zaak dus dat Quick dat door heeft en de consument een handje toesteekt door in zijn plaats te berekenen wat nu eigenlijk het gunstigste is, of banken te verplichten duidelijker te zijn. De voorbije twintig jaren van privatiseringen zijn eigenlijk een gigantisch experiment dat ons veel heeft geleerd. Dat concurrentie en markt voordelen hebben – snellere telefoonverbindingen, goedkopere vliegtuigtarieven – maar dat men er geen wondermiddel moet van maken. De werkelijkheid is gelaagder omdat de theorie van de consument al te simplistisch van de mens een volmaakte rekenmachine maakt terwijl hij van vlees en bloed is, een vat vol tegenstrijdigheden zoals Bredero destijds zeide. In sommige sectoren werkt liberalisering slecht omdat concurrentie moeilijk te organiseren is zoals spoor en energie. Zelfs de Vlaamse minister-president erkende dat onlangs in Knack: ‘Privatisering en deregulering zijn alleszins doorgeschoten. Zeker op de financiële markten. Maar ook in andere sectoren, bjivoorbeeld in de energiesector, merken we dat niet alles noodzakelijkerwijze beter werkt als je het aan de markt overlaat.
Zo ontwaken we langzaam uit de neoliberale droomwereld. De bankcrisis toonde aan dat zelfs mensen die bergen worden betaald om de rationele consument te spelen, meehollen met de kudde en rommel kopen als de kudde rommel koopt. Het communisme ging uit van een idealistisch mensbeeld en struikelde daarover. Eigenlijk vertrekt het marktfundamentalisme evenzeer van een al te geïdealiseerd beeld van de mens als rationele cijferaar. Welkom in de wereld van de echte mensen.
geen reacties
